Forenzen naar Londen doe je met de trein - autorijden in de City is geen beginnen aan, en dus staan we 's morgens massaal op het perron. In de koffietent, aan de kant van de trein naar Londen en alleen in de ochtend geopend, wordt al keihard gewerkt om iedereen van koffie of thee te voorzien; om zeven uur 's ochtends staan ze er met z'n vieren. Op de tafel met kranten staat een spaarpotje waarmee we het zelf maar moeten regelen, daar hebben ze geen tijd voor. Terwijl ik naar het einde van de rij loop hoor ik al: "small black, no sugar?" en het wordt al voor me ingeschonken. Thuis... dat is waar de ochtendkoffie geurt (geheel tegen Engels gebruik is het ook echt erg lekkere koffie).
Na een paar maanden herken je de helft van je medereizigers - elke dag staan we op hetzelfde stukje perron te wachten op dezelfde trein, waar we dezelfde gezichten al herkennen van degenen die verder naar het zuiden wonen. Aan de papieren koffiebeker kun je precies zien waar ze zijn opgstapt - die van ons is heel vrolijk, met bloemetjes.
Met een vrolijke beker lekkere koffie in de hand sta ik op het perron mensen te kijken. Er staan beduidend meer pakken om me heen dan ik me kan herinneren uit Leiden. Mooie pakken, dure pakken, te grote of te kleine pakken - maar wel allemaal saaie, donkere pakken. Veel dames dragen mantelpakjes maar lopen op sportschoenen - de hoge hakken staan in de bureaula als een noodzakelijk kwaad ("Powerdressing," zegt een vriendin die als juriste werkt, “it's the only way"). Een paar mannen proberen zich the onderscheiden door foute stropdassen en flashy overhemden, en manchetknopen zijn duidelijk hip.